Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins moeten worden gedoogd;
voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
het gebruik of genot van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond door de gemeente;
voorwerpen of werken, welke - noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak - aan het rijk, de provincie, de gemeente of de waterschappen toe-behoren;
wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen, alsmede van halteborden ten dienste van openbare middelen van vervoer;
voorwerpen gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, levens-beschouwelijk, sociaal, sportief, cultureel, recreatief of media doel, tenzij er sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit;
voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige, niet commerciële buurtactiviteiten;
voorwerpen ten behoeve van de bouw en renovatie van woningen door toegelaten instellingen, als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;
voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden tot het toegankelijk maken van een eigendom.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010