**1..** Het college biedt elke uitkeringsgerechtigde een voorziening aan gericht op maatschappelijke participatie. De inzet van de voorziening dient tenminste het resultaat te hebben dat de afstand tot de reguliere arbeidsmarkt ( en de toeleiding daartoe) verkleind wordt. Bij een groot aantal voorzieningen wordt werk ingezet als reïntegratie instrument waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen werk met behoud van uitkering en gesubsidieerde arbeid. Daarnaast biedt het college een aantal specifieke voorzieningen aan, waaronder scholing, als onderdeel van een reïntegratietraject.
**2..** In de door het college nader gestelde regels als bedoeld in artikel 3, wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de verplichtingen die daarbij gelden.
**3..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**4..** Het college kan een voorziening beëindigen indien de persoon die aan de voorziening deelneemt:
zijn verplichtingen als bedoeld in de wet, deze verordening dan wel in de bijbehorende nadere regels niet nakomt;
niet meer behoort tot de groep van Wwb gerechtigde;
verhuist naar een andere gemeente;
algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt dan wel aanspraak maakt op algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening.
**5..** Het college kan een voorziening beëindigen indien het traject of de voorziening, naar oordeel van het college, onvoldoende bijdraagt aan een snelle, doelmatige arbeidsinschakeling.
**6..** De door het college te stellen nadere regels als bedoeld in artikel 3 kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
intrekking of wijziging van de subsidieverlening of vaststelling;
de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en het verlenen van voorschotten;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsi- dies;
het reïntegratiebeleid ten aanzien van doelgroepen.
**7..** Het college plaatst de persoon die deelneemt aan een voorziening alleen bij een organisatie indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door de plaatsing geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
- Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2006