**1..** Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet, tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als bedoeld in artikel 37, eerste lid, sub g van die wet of tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, sub g, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van:
100 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het dreigen met en/ of uitoefenen van fysiek geweld tegen de in het eerste lid genoemde personen;
40 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het dreigen met en/ of uitoefenen van fysiek geweld tegen materiële zaken én bij mondelinge of schriftelijke bedreigingen gericht tegen de in het eerste lid genoemde personen.
**2..** Van het opleggen van een verlaging bedoeld in lid 1 sub b van deze verordening, kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven.
Hoofdstuk 4.
Artikel 13.
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Verordening Afstemming Participatiewet, IOAW en IOAZ Gooise Meren 2016