**1..** De bijdrage ineens ingevolge artikel 21, wordt in aansluiting op het gestelde in artikel 18 niet toegekend indien:
het monument na het treffen van de voorzieningen uit een oogpunt van monumentenzorg niet aan redelijke eisen voldoet, dan wel geen redelijke bijdrage levert;
de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de eigenaar¬-bewoner bij de gemeente een aanvraag om subsidie heeft ingediend;
de kosten van de voorziening minder bedragen dan € 700,--;
het monument waaraan de voorzieningen worden getroffen naar het oordeel van het college niet geschikt of bestemd is om het gehele jaar door te worden gebruikt overeenkomstig de bestemming;
het monument waaraan de voorzieningen worden getroffen bestemd is om binnen een periode van 10 jaar te worden afgebroken.
**2..** In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onder c.
**3..** De bijdrage ineens ingevolge artikel 21 wordt slechts toegekend wanneer het monument, indien van een ingrijpende verbetering sprake is, na het treffen van de voorzieningen, in zijn geheel beschouwd, zal voldoen aan de eisen die volgens wettelijke voorschriften aan het monument moeten worden gesteld.
HOOFDSTUK 5
Artikel 23.
Niet toekennen van de bijdrage
Onderdeel van Erfgoedverordening Gooise Meren 2016