Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 19

Overgangsrecht

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) 2016

1.. Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de (schriftelijke) toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning krachtens deze verordening, zulks met terzijdestelling van de voorschriften die verbonden zijn aan de reeds verleende schriftelijke toestemming dan wel vergunning. 2.. Indien het college van oordeel is dat een (schriftelijke) toestemming dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan het college de netbeheerder een termijn stellen waarbinnen de vergunninghouder het college nadere informatie over de leiding dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen.

Rechtspraak bij dit artikel