De uitoefening van de bevoegdheden, aangeduid in het bij deze regeling behorende register, worden opgedragen aan de daarbij genoemde functionarissen.
De bevoegde functionaris wordt in het register primair aangeduid met zijn HR21-functienaam. Wanneer deze functienaam te algemeen is om daarmee te duiden welke functionaris bevoegd is, wordt de functionaris aangeduid met zijn werknaam. Als de functionaris is aangewezen voor de uitoefening van bepaalde taken kan hij ook als zodanig zijn aangeduid.
De bevoegdheid op aanvraag een besluit te nemen omvat elk op die aanvraag te nemen besluit, waaronder begrepen buiten behandeling laten, verlenen, verlenen onder voorwaarden, vaststellen en weigeren, tenzij uit de clausulering of de instructie het tegendeel blijkt.
Indien in het register in de kolom ‘samenvatting clausulering en/of instructie’ verwezen wordt naar een collegebesluit zijn alle instructies of voorwaarden uit dat collegebesluit van toepassing.
Indien de uitoefening van de in het mandaatregister opgenomen mandaten het beslissen over de besteding van budgetten met zich meebrengt, maakt die beslissing onderdeel uit van het vermelde mandaat. Dit voor zover daarbij te nemen besluiten niet zullen leiden tot overschrijding van het betreffende budget zoals opgenomen in de gemeentelijke begroting en voorts met inachtneming van de in de overzichten opgenomen clausuleringen en instructies.
Tot het mandaat behoren mede het afdoen en voeren van correspondentie ter zake van de gemandateerde bevoegdheden, alsmede het treffen van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen.