Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling volgend op de dag van aftreden van de leden van de raden van de deelnemende gemeenten. . De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dit bestuur af op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. Zij zijn terstond herkiesbaar. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, kiest het algemeen bestuur een nieuw lid. Gaat het openvallen van de plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uit totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur zal zijn bezet, doch voor niet langer dan zesentwintig weken. Tot dat moment zal het voor het vertrekkende lid aangewezen plaatsvervangende lid van het algemeen bestuur tevens fungeren als plaatsvervangend lid van het dagelijks bestuur. Een lid van het algemeen bestuur dat als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt of overeenkomstig het in het tweede lid bepaalde moet aftreden, blijft zijn functie waarnemen, totdat de opvolger zijn functie heeft aanvaard. Par. 2. De werkwijze van het dagelijks bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel