Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 17

Artikel 17

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

1.. De voorzitter wordt door en uit het midden van het algemeen bestuur aangewezen in zijn eerste vergadering in nieuwe samenstelling volgend op de dag van aftreden van de leden van de raden van de deelnemende gemeenten. 2.. De voorzitter treedt af op de dag, waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. Hij is terstond herkiesbaar. 3.. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt zijn functie waargenomen door een door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid. 4.. De voorzitter die tussentijds ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op voorzitter te zijn. 5.. Het lid van het algemeen bestuur dat als voorzitter tussentijds ontslag neemt of overeenkomstig het in het derde lid bepaalde aftreedt, blijft zijn functie waarnemen, totdat zijn opvolger de functie heeft aanvaard.

Rechtspraak bij dit artikel