Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK X

Artikel 24

Artikel 24

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

1.. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage per inwoner voor algemene werkingskosten van de regio. 2.. Voor de berekening van deze bijdrage wordt uitgegaan van de door het CBS openbaar gemaakte inwoneraantallen per 1 januari van het jaar t -/- 2. 3.. Voor zover er sprake is van specifieke taken en projecten blijken de daarvoor benodigde middelen, alsmede de bijdrage daarin door de individuele deelnemende gemeenten, desgewenst afzonderlijk uit de begroting. 4.. Indien en voor zover taken en projecten niet voor alle aan deze regeling deelnemende gemeente worden uitgevoerd dragen de gemeenten waarvoor de taken en projecten niet worden uitgevoerd niet bij aan de begrotingsonderdelen die betrekking hebben op deze taken. 5.. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in de bovenstaande artikelleden bedoelde bijdrage. 6.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. 7.. Terstond na de vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten die elk het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van het samenwerkingsorgaan geraamde bedrag, in de gemeentebegroting opnemen. 8.. Met betrekking tot wijzigingen van de begroting, is het bepaalde in de voorgaande leden, met uitzondering van het vierde lid van dit artikel alsmede artikel 25, van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel