Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Vakantieregeling

1.. De in artikel 1 genoemde vakantie wordt vermeerderd: over de kalenderjaren waarin de ambtenaar nog niet de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt, met 14,4 uur en over het kalenderjaar, waarin hij de leeftijd van 19 jaar bereikt, met 7,2 uur; over het kalenderjaar waarin de 35-jarige leeftijd wordt bereikt, alsmede de daaropvolgende kalenderjaren, met 14,4 uur; over het kalenderjaar waarin de 45-jarige leeftijd wordt bereikt, alsmede de daaropvolgende kalenderjaren, met 28,8 uur; over het kalenderjaar, waarin de 55-jarige leeftijd wordt bereikt, alsmede de daaropvolgende kalenderjaren, met 43,2 uur. 2.. Voor de vermeerdering bedoeld in het eerste lid onder b, c en d komt ook in aanmerking de ambtenaar met een diensttijd bij de overheid van respectievelijk 15, 25 en 35 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel