**1..** Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gaat de verlaging in
op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de datum waarop
het besluit tot het opleggen van de verlaging van de uitkering aan
de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de
voor die maand geldende toepasselijke bijstandsnorm.
**2..** In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende
kracht worden opgelegd als er sprake is van een besluit op aanvraag,
voor zover de uitkering nog niet is uitbetaald. In deze situatie
werkt het verlagen van de uitkering terug tot de ingangsdatum van de
uitkering dan wel de datum waarop het verzuim betrekking heeft.
**3..** In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het zelfstandigen
betreft die een uitkering voor levensonderhoud hebben ontvangen in
de vorm van een geldlening op grond van het Bbz, de verlaging met
terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve
vaststelling van die bijstand.
**4..** Bij samenloop van verschillende gedragingen die het niet nakomen van
verplichtingen inhouden, wordt de hoogte en duur van de verlaging
vastgesteld op de gedraging met de hoogste verlaging.
**5..** De uitkering wordt verlaagd voor de duur van één maand, tenzij
sprake is van:
**a..** recidive, dan wordt de duur van de verlaging verdubbeld tenzij in
deze verordening anders is bepaald;
**b..** verwijtbaar gedrag waarvoor in deze verordening een afwijkende duur
is vastgesteld.
**6..** Indien door beëindiging van de uitkering de verlaging niet of niet
volledig kan worden toegepast, kan bij een eventuele nieuwe aanvraag
binnen de termijn van 1 jaar de verlaging of het deel dat nog niet
is uitgevoerd alsnog worden geëffectueerd.
§ 3.1
Artikel 23
Ingangsdatum, tijdvak en recidive
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Oisterwijk 2016