Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Toegang jeugdhulp, melding

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Veldhoven 2016

1.. Jeugdigen en/of ouders die een beroep willen doen op een overige voorziening kunnen zich rechtstreeks hiertoe wenden. Ook de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of andere betrokken instanties kunnen rechtstreeks verwijzen naar een overige voorziening. 2.. Jeugdigen, ouders of een persoon die namens de jeugdige en/of zijn ouders optreedt kunnen melding doen van een hulpvraag met betrekking tot de in artikel 2 genoemde vormen van jeugdhulp bij het college. 3.. Als de hulpvraag voldoende bekend is en in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders is vastgesteld dat een overige voorziening volstaat of een andere voorziening is aangewezen, wordt afgezien van de procedure in het kader van een individuele voorziening. 4.. De huisarts, medisch specialist en jeugdarts die een jeugdige en/of zijn ouders behandelen, laten het college in kennis stellen van hun verwijzing naar een door het college bij besluit te verlenen individuele voorziening, als bedoeld in artikel 8, tweede lid. Hierbij kan de huisarts, medisch specialist en jeugdarts in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien van de procedure in het kader van het vooronderzoek en de aanvraag, als bedoeld in artikel 4 t/m 7. 5.. Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van de jeugdreclassering. 6.. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening, of vraagt het college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel