Het college bepaalt in overleg met de aanvrager de definitieve locatie van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en), zodat het beoogde gebruik geen schade oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats (weigeringsgrond aanvraag, als opgenomen in artikel 2:10A, lid e, aanhef en sub a).
Het college toetst hierbij aan de volgende criteria:
er is nog geen oplaadinfrastructuur op, onder of aan de weg binnen een straal van maximaal 200 meter aanwezig;
de doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel, etc.) is gewaarborgd;
de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur kan worden voorzien van twee of meer aansluitpunten en kan – eventueel op termijn – twee of meer parkeerplaatsen bedienen.
Artikel 4
Definitieve locatie oplaadpaal/-infrastructuur
Onderdeel van Beleidsregels Oplaadinfrastructuur Elektrische Voertuigen