Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent de markt (Marktverordening Leiden 2015)

1.. Het college trekt een vergunning voor een vaste standplaats in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of twee maanden na het overlijden of na de ondercuratelestelling van de vergunninghouder, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 7. 2.. Het college kan een vergunning voor een vaste standplaats intrekken: als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; als de gegevens in de vergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; als van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt; of, als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3.. Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 10 aangewezen vervanger, zijn standplaats niet uiterlijkbij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag en komt de standplaats in aanmerking voor een dagplaats. Een en ander is onverminderd hetgeen in het Inrichtingsplan gesteld met betrekking tot het in acht nemen van de markttijden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel