**1..** De in artikel 4.1 onder b, c en d, genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit:
een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten;
een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening;
een niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorziening;
onderhoud en reparatie;
tijdelijke huisvesting;
huurderving;
een uitraasruimte.
**2..** De in het eerste lid, onder b bedoelde kosten betreffen:
de aanneemsom voor het treffen van de voorziening;
de risicoverrekening van loon en materiaalkosten met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1997 van de BNA voor het college het inschakelen van een architect noodzakelijk acht;
de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot max. 2% van de aanneemsom;
de leges voor deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
de verschuldigde en niet verrekenbare en/of terugvorderbare omzetbelasting;
renteverlies, i.v.m. het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald voor deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, gemaximeerd aan hetgeen gesteld is in artikel 2.8;
de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen m.b.t. het verrichten van de aanpassing;
de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
de administratiekosten die de verhuurder maakt t.b.v. het treffen van een voorziening voor de persoon met beperkingen, voor de kosten onder a t/m k meer dan € 1.361,34 bedragen, 10% van de kosten, met een maximum van € 340,34.
**3..** Indien voorzieningen geheel of gedeeltelijk in zelfwerkzaamheid worden getroffen, worden in afwijking van het bepaalde in artikel 4.3, onder 2, de aanneemsom en de kosten van risicoverrekening van loonprijsstijging in evenredige mate niet tot de kosten van het treffen van voorzieningen gerekend.
**4..** Woonvoorzieningen waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 45.378,02 worden niet verleend, tenzij weigering van die voorziening gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
**5..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, onder g in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.