Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.3

Het recht op een vervoersvoorziening: primaat van algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldenzaal 2009

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 5.1 onder a, vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken. 2.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 5.1, onder b, c en d, vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer: aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 5.1, onder a., onmogelijk maken, of een algemene voorziening als bedoeld in artikel 5.1, onder a, niet aanwezig is. 3.. Voor de bij artikel 5.2 eerste lid onder a, b en d, en tweede lid, onder a tot en met f genoemde voorzieningen geldt, in uitzondering op het gestelde in het vorige lid onder b, dat zij ook in aanvulling op het gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 5.1, onder a, verstrekt kunnen worden. 4.. Bij het vaststellen van de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten als bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, onder a, b en f, kan rekening worden gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen en de mate waarin een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 5.1, onder a, in die vervoersbehoefte kan voorzien. 5.. Voorzover de behoeften van echtgenoten met beperkingen niet samenvallen wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend. 6.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag. 7.. Van het zesde lid kan worden afgeweken als het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de persoon met beperkingen bezocht kan worden en het bezoek noodzakelijk is voor de persoon met beperkingen om dreigende vereenzaming te voorkomen. 8.. De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke participatie door middel van lokale verplaatsingen met een omvang per jaar van 1800 kilometer mogelijk maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel