Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Aangifte; Betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Kadegeld 2009

1. De aangifte wordt, gelijktijdig met de betaling bij de comptabele, gedaan bij burgemeester en wethouders. Bij de aangifte wordt de meetbrief van het schip overlegd; 2. Het kadegeld moet overeenkomstig de aangifte aan de comptabele worden betaald op de eerste werkdag volgende op de dag van het begin van het gebruik van de kade, doch vóór het tijdstip waarop het gebruik van de kade wordt beëindigd; 3. Bij voortgezet gebruik van de kade, na afloop van de termijn waarover kadegeld is betaald, moet opnieuw aangifte worden gedaan en worden betaald op de eerste werkdag van elke volgende termijn; 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede en derde lid kan worden betaald binnen 30 dagen na het begin van het gebruik van de kade, onderscheidenlijk de dag waarop het gebruik van de kade wordt voortgezet, mits ten genoegen van de comptabele zekerheid tot betaling van het kadegeld is gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel