Kadegeld wordt niet geheven ter zake van het gebruik van de haven met:
1. Vaartuigen, die in eigendom toebehoren aan de leden van het Koninklijk Huis;
2. Doorvarende binnenvaartuigen, met uitzondering van ladende/lossende vaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen, sportvissersschepen en passagiersschepen, die tot een verblijf van maximaal 6 uren, zon- en erkende christelijke feestdagen niet meegerekend, ligplaats innemen;
3. Reddingsvaartuigen van de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij, benevens opleidingsvaartuigen voor zee- en binnenvaart, zolang zij uitsluitend voor dit doel worden gebruikt;
4. Pleziervaartuigen, liggende in de door de gemeente als jachthaven verhuurde wateren, te weten de Noorderhaven en het als zodanig in gebruik zijnde deel van de Noordergracht en de Noordoostersingel;
5. Pleziervaartuigen, niet vallende onder punt 4, gedurende een periode van 3 uur, zon- en algemeen erkende christelijke feestdagen niet meegerekend, na aanvang van het verblijf;
6. Volgboten, behorende bij een vaartuig, waarvoor kadegeld is betaald, of waarvoor krachtens deze verordening geen kadegeld is verschuldigd;
7. Vaartuigen liggende aan de geleidewerken van de Tjerk Hiddessluizen, wachtende op de eerste schutting;
8. Vaartuigen kleiner dan 4 meter;
9. Oorlogsvaartuigen en hospitaalschepen, bedoeld in de wet van 30 december 1905 (staatsblad nr. 383 );
10. Vaartuigen liggende in de binnenwateren van de gemeente Harlingen met uitzondering van Hermeskade.
Artikel 7
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Kadegeld 2009