**1..** Ontslag op een van de in artikel 8:4 genoemde gronden kan slechts plaatsvinden indien het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar binnen de openbare dienst van de gemeente andere mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende werkzaamheden op te dragen, dan wel indien deze zodanige werkzaamheden weigert te aanvaarden.
Bij het opdragen van passende werkzaamheden zal, teneinde het ontstaan dan wel het vergroten van feitelijke ongelijkheden tegen te gaan, uitgangspunt zijn dat voorrang wordt gegeven aan vrouwelijke ambtenaren.
**2..** Over het plan, bedoeld in artikel 8:4, tweede lid, wordt overleg gepleegd in de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het aan de betrokken ambtenaren medegedeeld.
**3..** Indien aan een ambtenaar op grond van artikel 8:4 ontslag wordt verleend wordt een opzegtermijn van drie maanden in acht genomen.
**4..** Binnen een periode van uiterlijk een jaar nadat de ambtenaar de hem opgedragen werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, is gaan vervullen, kan hem alsnog het ontslag als bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 8:4 worden verleend, indien die werkzaamheden niet passend voor hem blijken te zijn. Het bepaalde in het derde lid is daarbij niet van toepassing.