**1..** De ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 55, 56, 57, 58 of 59 jaar, ontvangt een zodanige levensloopbijdrage dat hij bij het bereiken van de datum, bedoeld in artikel 9b:35 en uitgaande van het bereiken van 20 dienstjaren of meer, onder voorwaarden, gedurende 3 jaar in een inkomen kan voorzien van 70% van zijn bezoldiging per jaar.
**2..** De ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar, ontvangt een zodanige levensloopbijdrage, dat hij bij het bereiken van de datum van ingang van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, en uitgaande van het bereiken van 20 dienstjaren of meer, onder voorwaarden, gedurende 2 jaar in een inkomen kan voorzien van 70% van zijn bezoldiging per jaar.
**3..** Wanneer 20 dienstjaren niet bereikt worden, voorziet de levensloopbijdrage in een inkomen naar rato van het aantal dienstjaren.
**4..** De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1, lid 1, sub g van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
Hoofdstuk 9b › § 3.
Artikel 9b:44
Levensloop voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006
Onderdeel van Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling