Naar hoofdinhoud
1. Voor het verkrijgen van het in artikel 3 bedoelde subsidie zenden de in artikel 3 bedoelde instanties binnen een maand na afloop van het kalenderjaar bij burgemeester en wethouders een opgave in, waarin voor elke school afzonderlijk vermeld staat: a. de naam van de leerkracht(en) die met het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs was (waren) belast; b. de dagen en uren, gedurende welke de lessen werden gegeven; c. de klassen waarin de lessen werden gegeven; d. de aantallen leerlingen als bedoeld in artikel 7 lid 3 van deze verordening. 2. De in het eerste lid bedoelde opgave wordt voor de inzending door de schoolleiding van de betreffende school gewaarmerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel