Een subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt als volgt berekend:
100% van de kosten, die niet op een andere wijze worden gedekt en
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de subsidiabele
activiteit, tot een maximum van € 10.000 en
een bedrag van € 250 per 100 uren tot een maximum van € 5.000. De
uren worden berekend op grond van het aantal uren inzet door
vrijwilligers en het aantal uren deelname door deelnemers.