Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal, hoeven aan de houder na de inwerkingtreding geen verklaring omtrent het gedrag te overleggen, tenzij artikel 15 lid 3 van toepassing is.
De bepalingen in deze verordening zijn niet van toepassing op de peuterspeelzalen, c.q. de kleinschalige opvang, in de dorpen Midlum en Wijnaldum zoals die nu bekend zijn bij het college. Na overleg met deze organisaties en de GGD Fryslân, als zijnde toezichthouder, zal het college zich beraden op nader vast te stellen regels aangaande deze peuterspeelzalen, c.q. kleinschalige opvang, in de lijn van deze verordening.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 21.
Overgangsbepaling
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Harlingen 2007