Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2016

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, en, voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. Het college stelt de bijdragen voor de maatwerkvoorzieningen en pgb vast op de maximaal verschuldigde bijdragen in de kosten, berekend volgens artikel 3.1, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Het college kan bij nadere regeling bepalen: voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is verschuldigd; wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage is; en dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. voor welke groep personen op de bijdrage voor een algemene voorziening een korting geldt; en wat de hoogte van de onder sub d genoemde korting is. Het college bepaalt bij nadere regeling: op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald, en door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel