Het college neemt het ondersteuningsplan als uitgangspunt voor de
beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:
indien de cliënt naar het oordeel van het college niet op
eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met
hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen
of algemene voorzieningen in staat is tot zelfredzaamheid of
participatie. De maatwerkvoorziening levert, rekening
houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde
onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een
situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot
zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de
eigen leefomgeving kan blijven,en
indien de cliënt naar het oordeel van het college niet in
staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met
mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale
netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen
te handhaven in de samenleving en psychische of
psychosociale problemen heeft dan wel de thuissituatie heeft
verlaten. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend
met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek,
een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de
cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren
van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld
zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in
de samenleving.
Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot
zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een
maatwerkvoorziening in aanmerking komt als:
de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs
niet vermijdbaar was, en
de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt
redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te
hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een
eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts
verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is
afgeschreven,
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan
als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn
toe te rekenen;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de
veroorzaakte kosten, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een
oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan
maatschappelijke ondersteuning.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college
de goedkoopst adequate voorziening.
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de criteria
voor een maatwerkvoorziening.
Artikel 8.
Criteria voor een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2016