De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
door degene, die:
als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;
als gebruiker van een woonwagen of woonschip, als bedoeld in de Woonwagenwet (Stb. 1968, 98) onderscheidenlijk in de Wet op de woonwagens en woonschepen (Stb. 1918, 492), daarin overnacht;
tijdelijk in de gemeente verblijft voor het volgen van cursussen gedurende een aaneengesloten periode van langer dan 30 dagen;
als deelnemer aan een conferentie, gedurende een aaneengesloten periode van meer dan 30 dagen, verblijft in een conferentieoord.
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de vigerende Verordening watertoeristenbelasting;
van een asielzoeker, zijnde een vreemdeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, van degene die een asielverzoek heeft ingediend waarop negatief is beslist en van een verblijfsgerechtigde, die op basis van artikel 9, 10 of 15 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, voorzover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, in het kader van de centrale opvang onder verantwoordelijkheid van het ZBO Centrale Opvang Asielzoekers.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2016