Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Begrippen

Onderdeel van Beleidsregels Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2016

Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) Langdurige noodzaak (artikel 9 lid 5 Verordening Wmo 2015): het college beoordeelt individueel of ondersteuning langdurig noodzakelijk is. Een maatwerkvoorziening is in ieder geval langdurig noodzakelijk wanneer de ondersteuning langer dan zes maanden nodig is Algemeen gebruikelijke voorziening (artikel 1 onder a Verordening Wmo 2015): in het kader van het begrip algemeen gebruikelijke voorziening houdt ‘algemeen verkrijgbaar’ in dat het artikel ook in de reguliere handel verkrijgbaar is, of dat de dienstverlening ook op de vrije markt is in te kopen. Het college onderzoekt altijd of de algemeen gebruikelijke voorziening voor de individuele cliënt algemeen gebruikelijk is. Zaak: een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing of een persoonsgebonden budget (pgb) bedoeld om een hulpmiddel of woningaanpassing mee te kopen, niet zijnde dienstverlening zoals genoemd onder 5. Dienstverlening: een maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij een gestructureerd huishouden, thuisondersteuning, dagondersteuning of kortdurend verblijf. Algemene dagelijkse levensbehoeften (adl): in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact, douchebezoek en lichamelijke hygiëne voor inwoners met een zintuiglijke of verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek (wordt in het verlengde gegeven van de overige benodigde ondersteuning). Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid (artikel 9, lid 4 Verordening Wmo 2015): een cliënt betoont te kort schietend besef van verantwoordelijkheid wanneer het college vaststelt dat een maatwerkvoorziening voor ondersteuning noodzakelijk is, terwijl de cliënt in staat is of zou zijn geweest op eigen kracht zijn zelfredzaamheid of participatie te handhaven, maar hier niet naar handelt of heeft gehandeld en hem dit valt te verwijten. Vermijdbare noodzaak (artikel 9, lid 1 Verordening Wmo 2015): het college beoordeelt individueel of de noodzaak van een maatwerkvoorziening voor ondersteuning vermijdbaar was, en of van de cliënt redelijkerwijs verwacht mocht worden dat hij maatregelen kon treffen die de hulpvraag overbodig hadden gemaakt. Melding en onderzoek (artikel 4 en 5 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Zwartewaterland 2015): na een melding in de zin van artikel 2.3.2 lid 1 Wmo start het college een onderzoek zoals genoemd in artikel 2.3.2 lid 2 tot en met 8 Wmo en artikel 4 en 5 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning. Eerstegraads familieleden: familieleden in de eerste graad zijn: (ex) echtgenoot of echtgenote, de persoon met wie men samenwoont of een samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap heeft, ouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen, schoonzonen en schoondochters. Tweedegraads familieleden: familieleden in de tweede graad zijn: broers, zussen, zwagers, schoonzussen, grootouders, kleinkinderen. Huisgenoot : een persoon die –ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze- een huishouden vormt met de persoon die een hulpvraag heeft / beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar ook inwonende ouders. Of er sprake is van inwoning, wordt beoordeeld aan de hand van de concrete en feitelijke situatie. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding. Eenmalige uitkering: eenmalige uitkering zoals gehanteerd in de AWBZ: Indien besloten wordt dat een pgb-houder geen recht meer heeft op een persoonsgebonden budgetkrijgt de zorgverlener in dat geval een eenmalige uitkering ter hoogte van één gemiddeld maandloon over de laatste drie volle kalendermaanden, voor zover er nog voldoende budget is. Formele hulp: een hulpverlener is een formele hulp als deze als zorg verlenende organisatie staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, in het KwaliteitsregisterJeugd, in het BIG-register of als zelfstandige zonder personeel over een VAR verklaringbeschikt en geen familielid is. Gebruikelijke hulp: van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is die in staat kan worden geacht om bijvoorbeeld licht huishoudelijke ondersteuning over te nemen. Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoten. Informele hulp: hulp uit het eigen sociaal netwerk wordt ook wel informele hulp genoemd. Informele hulp kan geboden worden door een mantelzorger of vrijwilliger, bijvoorbeeld een familielid, vriend(in), buur of een bekende. Mantelzorg: mantelzorgers zorgen langdurig en onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Mantelzorgers zijn geen beroepsmatige zorgverleners, maar geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie ze zorgen. Mantelzorg overstijgt gewoonlijk de gebruikelijke zorg en wordt ook wel boven gebruikelijke zorg genoemd. Trekkingsrecht: per 1 januari 2015 maakt de gemeente het pgb-bedrag niet meer rechtstreeks over aan de pgb-houder maar aan de Sociale Verzekeringsbank. Dit is een wettelijke verplichting. Hiermee wordt beoogd om fraude met pgb’s tegen te gaan en daarmee de houdbaarheid van het Pgb te vergroten. Vrijwilliger: vrijwilligers kiezen er bewust voor om te zorgen. Als zij met het vrijwilligerswerk starten, is er (nog) geen emotionele band. Daarnaast zorgen zij voor iemand in een afgebakende tijd (bijvoorbeeld een dagdeel per week) en kunnen zij de zorg op eigen initiatief beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel