Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 26

Begrippen in verband met ondersteuning bij vervoer

Onderdeel van Beleidsregels Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2016

1.. Beperkte mobiliteit: een cliënt die niet meer dan 800 meter aaneengesloten in rustig tempo, en eventueel met behulp van een loophulpmiddel, kan lopen of fietsen, is beperkt mobiel. 2.. Zeer beperkte mobiliteit: een cliënt die niet meer dan 100 meter aaneengesloten in rustig tempo, en eventueel met behulp van een loophulpmiddel, kan lopen is zeer beperkt mobiel. 3.. Algemeen gebruikelijke voorziening voor vervoer: een vorm van vervoer die naar geldende maatschappelijke opvattingen tot het gangbare gebruiks- en bestedingspatroon behoort, en niet speciaal is gericht op personen met beperkingen. Voorbeelden zijn: een (elektrische) fiets of tandem; een brommer of scooter; openbaar vervoer; systeem van voor iedereen toegankelijk collectief of lokaal vervoer. bij een inkomen van 150% van het sociaal minimum of hoger: een auto 4.. Een substantiële vervoersbehoefte bestaat uit meer dan incidenteel vervoer in het kader van het leven van alledag, zoals bijvoorbeeld boodschappen doen, familie- of vriendenbezoek, kerkbezoek, recreatieve verplaatsingen, vervoer naar artsen of paramedische behandelaars.

Rechtspraak bij dit artikel