Het college verstrekt een maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij vervoer aan een cliënt met een (zeer) beperkte mobiliteit wanneer uit het onderzoek blijkt dat de cliënt een substantiële vervoersbehoefte heeft en hierin niet kan voorzien op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met voorliggende voorzieningen, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met een algemene voorziening, met mantelzorg of met ondersteuning uit het eigen sociaal netwerk.
Het college verstrekt de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij vervoer. Bij een cliënt met een beperkte mobiliteit is de goedkoopst compenserende voorziening voor ondersteuning bij vervoer het systeem van collectief deur-tot-deur vervoer (hierna ‘de taxipas’ genoemd) dat is gericht op het vervoer van personen met een beperking, voor zover aanwezig in de gemeente. Het college verstrekt pas een andere maatwerkvoorziening dan de taxipas of een Pgb wanneer de cliënt geen gebruik kan maken van de taxipas.
Bij een cliënt met een zeer beperkte mobiliteit kan het college naast de taxipas of andere voorziening een aanvullende maatwerkvoorziening voor vervoer op de korte afstand verstrekken.
Extra kosten
Bij de verstrekking van een scootmobiel kunnen ook kosten voor een eventuele stallingen/of oplaadpunt worden vergoed. De vergoeding zal echter nooit hoger zijn dannoodzakelijk voor een goedkoopst adequate voorziening en moeten in verhouding staan tot de verstrekking.
Hoofdstuk 6
Artikel 28
Maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij vervoer rondom de woonplaats
Onderdeel van Beleidsregels Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2016