Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Kernbegrippen

Onderdeel van Gedragscode voor de burgemeester en de wethouders

2.1. De burgemeester en de wethouders stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. 2.2. Integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders en de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen. 2.3. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief: - Respect en vertrouwen De burgemeester en de wethouders handelen jegens elkaar, de gemeenteraad en de ambtenaren op basis van respect en vertrouwen. - Dienstbaarheid Het handelen van de burgemeester en de wethouders is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken. - Functionaliteit Het handelen van de burgemeester en de wethouders heeft een herkenbaar verband met de functie die hij/zij vervult in het bestuur. - Onafhankelijkheid Het handelen van de burgemeester en de wethouders wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. - Openheid Het handelen van de burgemeester en de wethouders is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van hen en hun beweegredenen daarbij. - Betrouwbaarheid Op de burgemeester en de wethouders moet men kunnen rekenen. Zij houden zich aan hun afspraken. Kennis en informatie waarover zij uit hoofde van hun functie beschikken, wenden zij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven. - Zorgvuldigheid Het handelen van de burgemeester en de wethouders is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

Rechtspraak bij dit artikel