De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
stelt de voorzitter vast dat het onderwerp of voorstel zonder
hoofdelijke stemming is aangenomen.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
verslag vragen dat zij geacht willen worden te hebben
tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden, op grond
van artikel 28 van de Gemeentewet.
Indien door een of meerdere leden stemming wordt gevraagd, doet
de voorzitter daarvan mededeling.
De griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen,
beginnende bij het lid waarvan het volgnummer van de
presentielijst bij loting is aangewezen.
Bij hoofdelijke stemming is ieder in de vergadering aanwezig lid
dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden,
verplicht zijn stem uit te brengen.
De leden brengen hun stem uit door het woord “voor” of “tegen”
uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
gestemd heeft.
Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij, nadat de
voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel
aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
stemming brengt dit echter geen verandering.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
stemmen. Hij doet tevens mededeling van het genomen
besluit.
In het geval de stemmen staken wordt gehandeld overeenkomstig
het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet.
Hoofdstuk
Artikel 28
Stemming over zaken
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Gemeenteblad 2016-023