1Het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende
stukken van (een )nieuw benoemde (lid) leden geschiedt door een
commissie, bestaande uit drie leden.
Die commissie wordt voor elk onderzoek opnieuw door de raad benoemd, op
voorstel van de voorzitter; de raad geeft tevens aan wie van die leden
voorzitter van de commissie is.
2De commissie brengt na onderzoek van de geloofsbrieven, andere bij de
Kieswet vereiste stukken en de eventuele bezwaarschriften, verslag uit
aan de raad en doet daarbij een voorstel tot het nemen van een
besluit.
Ook van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt.
De voorzitter van de raad roept een toegelaten lid op om in de
eerste vergadering waarin hij zijn betrekking volgens de
Gemeentewet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring
en belofte, af te leggen.
Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het
eerste lid een commissie ingesteld die onderzoekt of de
kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze
van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.
Hoofdstuk
Artikel 8
Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging en benoeming wethouders
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Gemeenteblad 2016-023