Artikel 4:41 van de wet is van toepassing.
De hoogte van de vergoeding wordt bepaald naar evenredigheid van de mate waarin de gemeentelijke subsidie tot de vermogensvorming heeft bijgedragen.
Het college kan in voorkomende gevallen van het bepaalde in het eerste lid afwijken.
Het college zal afzien van de vergoeding wegens vermogensvorming indien de vermogenswinst naar het oordeel van het college geheel wordt aangewend ten behoeve van de doelstelling van de instelling en/of de activiteiten van de instelling en dit binnen het beleid van de gemeente past.
Indien het college artikel 26 lid 3 toepast, wordt specifieke motivering gegeven waarom dit in het betreffende geval gebeurt, aangezien elk geval individueel zal worden beoordeeld.
Bij beëindiging van de gesubsidieerde activiteiten, beëindiging of intrekking van de subsidiëring of ontbinding van de rechtspersoon die de subsidie ontvangt, zal in alle gevallen worden overgegaan tot toepassing van lid 1 van het artikel.