Het havengeld wegens het gebruik maken van de haven ten behoeve van vaartuigen bedraagt, indien het per tijdvak wordt berekend:
voor alle overige vaartuigen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder e, per m3 waterverplaatsing:
1.
voor een aaneengesloten periode van 28 dagen:
€ 0,372;
2.
voor een jaar:
€ 3,966;
voor zeevaartuigen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder f, per m3 bruto –inhoud:
1.
voor een aaneengesloten periode van 28 dagen:
€ 0,383;
2.
voor een jaar:
€ 4,608.
HOOFDSTUK II
Artikel 10
– Tarieven per tijdvak
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten 2016