**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of andere apparatuur inloggen op de centrale computer dan wordt betaald na het einde van het parkeren;
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b., wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**3..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Hoofdstuk
Artikel 5
Wijze van heffing en termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2016