Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16

Termijnen

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2011

1.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig of dertig jaar het recht op een particulier graf, particulier kindergraf en particuliere urnenkelder. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf, particuliere kindergraf of particuliere urnenkelder is uitgegeven. 2.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien jaar het recht op een particuliere urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop de particuliere urnennis is uitgegeven. 3.. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 4.. Het in het tweede lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 5.. De opdracht voor plaatsing van een asbus in de particuliere urnennis zoals in lid 2 is genoemd is tevens opdracht tot verstrooiing na het verstrijken van de termijn van 10 jaren mits niet is overgegaan tot verlenging of andere keuze voor de asbestemming. 6.. Het college stelt grafruimte ter beschikking voor algemene graven voor een termijn van tien jaar. Verlenging van de termijn is niet mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel