Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10.

Artikel 33.

Uittreding

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGOMGEVINGSDIENST REGIO NIJMEGEN

1.. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer, doch niet eerder dan na vijf jaar na de eerste inwerkingtreding van de regeling. 2.. Het besluit tot uittreding wordt niet later genomen dan een jaar voorafgaand aan de datum waarop de uittreding plaatsvindt. Uittreding is slechts mogelijk met ingang van 1 januari. 3.. Uittreding is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat tussen het openbaar lichaam en de uittredende deelnemer voor de resterende financiële verplichtingen van de uittredende deelnemer een vaststellingsovereenkomst wordt gesloten. 4.. Over de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in het derde lid wordt besloten door het algemeen bestuur. Het besluit inzake de vaststellingsovereenkomst behoeft een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 5.. Het dagelijks bestuur ziet toe op de uittreding en de vereffening van de financiële verplichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel