**1..** De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode. De artikelen 40, 41 en 67 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
**2..** Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur door dat bestuur aan te wijzen.
**3..** De voorzitter treedt af op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur afloopt. Hij blijft echter de functie waarnemen, totdat een opvolger de functie heeft aanvaard.
**4..** Indien tussentijds de functie van voorzitter beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe voorzitter aan. Gaat het beschikbaar komen van de functie van voorzitter gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuwe voorzitter uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur weer is bezet. Degene die als voorzitter ontslag neemt, blijft zijn functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft aanvaard.