Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7:

Artikel 18:

Leden ten opzichte van de raden

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING MILIEUSAMENWERKING EN AFVALVERWERKING REGIO NIJMEGEN

1.. Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur verschaft de raad die dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de wet alle inlichtingen, die door die raad of door een of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 2.. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is de raad die dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 3.. Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door de raad die hem heeft aangewezen, worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van die raad niet meer bezit.

Rechtspraak bij dit artikel