Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerp begroting op met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting en de meerjarenraming voor 1 april van het jaar en in ieder geval twee maanden voordat zij aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending van de ontwerp begroting en meerjarenraming het dagelijks bestuur van hun gevoelen ter zake doen blijken.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting en meerjarenraming vier weken voor de voorgenomen datum van vaststelling toe aan het algemeen bestuur. De gevoelens van de raden van de deelnemende gemeenten alsmede eventueel de nota van wijzigingen worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur en gelijktijdig aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden.
De ontwerp begroting en meerjarenraming alsmede de eventuele nota van wijzigingen worden ter inzage gelegd op de wijze als bedoeld in artikel 35, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alsook bij de vestigingen van WNO-bedrijven en tegen betaling algemeen verkrijgbaar gesteld.
Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast voor 1 juli van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor zij moeten dienen.
Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting en de meerjarenraming aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen 2 weken na vaststelling, doch uiterlijk 15 juli voor het jaar waarvoor zij dienen, aan Gedeputeerde Staten.
Met betrekking tot begrotingswijzigingen is het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artìkel 32
Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af van het gevoerde financieel beheer onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag.
Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag als bedoeld in artikel 30, lid 2.
De in de voorgaande leden bedoelde stukken worden aan het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden, uiterlijk op 1 april volgende op het jaar waarop zij betrekking hebben.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen 2 maanden, nadat de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken zijn toegezonden, aan het algemeen bestuur van hun gevoelens ter zake doen blijken.
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast voor 1 juli in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen 2 weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.
Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.
Hoofdstuk 10:
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Nijmegen en Omgeving