Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur regelt de inrichting van de organisatie van de dienst. 2.. In het door het algemeen bestuur vast te stellen directiestatuut van de dienst worden de taakverdeling en de wijze van samenwerking van de algemeen directeur en de hoofden van de afdelingen vastgelegd. 3.. De algemeen directeur van de dienst is met inachtneming van de aan hem toegekende bevoegdheden belast met de algemene en dagelijkse leiding van de dienst. 4.. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de algemeen directeur van de dienst. 5.. De bevoegdheid voor het benoemen, schorsen en ontslaan van het overige personeel mandateert het algemeen bestuur aan de algemeen directeur van de dienst. 6.. Het algemeen bestuur regelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 125 en 134 van de Ambtenarenwet 1929 en gebaseerd op de gemeentelijke rechtspositie, zoals vastgelegd in de CAR/WO, de rechtspositie van de medewerkers van de organisatie die ambtenaar zijn, alsmede van de medewerkers van de organisatie die werkzaam zijn op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Rechtspraak bij dit artikel