Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Gevaarlijke hond

Onderdeel van Beleidsregel gevaarlijke en hinderlijke honden

1.. De burgemeester kan de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond een kort aanlijngebod of een kort aanlijngebod en muilkorf gebod opleggen. 2.. De burgemeester legt de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond geen muilkorfgebod op indien het bijten van de hond verklaarbaar is gezien de situatie. 3.. De maatregelen worden opgelegd voor onbepaalde tijd. 4.. Het kort aanlijngebod kan worden opgeheven wanneer de eigenaar of houder aantoont dat het gedrag van de hond structureel is verbeterd. 5.. Het muilkorfgebod kan worden opgeheven indien de uitslag van een risico-assessment zoals bedoeld in artikel 4 hiertoe aanleiding geeft. 6.. Wanneer sprake is van bijten met ernstig letsel bij personen of zeer ernstig letsel bij dieren kan de burgemeester in afwijking van lid 1 t/m 3 besluiten tot inbeslagname van de gevaarlijke hond. 7.. Inbeslagname vindt niet plaats indien de eigenaar of houder vrijwillig afstand doet van de hond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel