Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.4

Verantwoording overige huisvestingsvoorzieningen

Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2016

1.. Binnen twee jaar na de datum van goedkeuring van het huisvestingsprogramma dient het bevoegd gezag bij het college een financiële verantwoording in voor de gerealiseerde huisvestingsvoorzieningen anders dan bedoeld in artikel 5.3. Als uit de verantwoording blijkt dat het bedrag dat op het Programma is opgenomen is overschreden, komt de overschrijding voor rekening van het bevoegd gezag. 2.. Huurvergoedingen worden binnen 4 maanden na afloop van het kalenderjaar bij het college verantwoord. 3.. Van de termijn in het eerste lid wordt afgeweken als uitstel van de uitvoering op grond van artikel 2.11 lid 2 van toepassing is. 4.. Bij de verantwoording wordt een gespecificeerde financiële verantwoording van de besteding overgelegd en een verklaring van het bevoegd gezag dat het voor de bedoelde goedgekeurde voorziening beschikbaar gestelde bedrag overeenkomstig de bestemming is besteed voor zover het voorzieningen betreft tot een bedrag van € 125.000,-- een verklaring van een accountant over de juistheid en volledigheid van de verantwoording betreffende voorzieningen van € 125.000,-- of hoger 5.. Indien een schoolbestuur binnen een kalenderjaar van het college verschillende voorzieningen ontvangt van elk minder dan € 125.000,-- , maar die tezamen meer bedragen dan € 125.000,--, kan het college het bevoegd gezag verplichten een controleverklaring in te dienen als bedoeld in artikel 4.78 van de Algemene wet bestuursrecht

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel