Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5. › § 5.4.

Artikel 5.11.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Verzamelverordening inkomensvoorzieningen Hilversum 2016

1.. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de PW wordt afgestemd op de periode dat belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op periodieke bijstand of recht heeft op hogere periodieke bijstand. 2.. De verlaging wordt op de volgende wijze vastgesteld: bij een periode van 3 maanden of korter: 100 % van de bijstandsnorm gedurende één maand; bij een periode van 3 tot 6 maanden: 100% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden; bij een periode van 6 maanden of meer: 100% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden. 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, indien het betreft een gedraging waardoor een voorliggende voorziening niet is benut of is tenietgegaan, zodat belanghebbende eerder aanspraak doet op bijstand. 4.. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, zijn de artikelen 5.8 en 5.15, tweede lid, van overeenkomstige toepassing op een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de PW, die heeft plaatsgevonden voor de datum van melding, bedoeld in artikel 44 van de PW.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel