Na overleg tussen de algemeen directeur en de onderzoekende instantie wordt de opdracht tot het verrichten van het onderzoek schriftelijk vastgelegd.
De opdracht bevat in ieder geval:
de aanleiding
een duidelijk omschreven doelstelling
de onderzoeksvragen
de vermelding dat de algemeen directeur instemt met het gebruik door de onderzoekende instantie van de hem toekomende onderzoeksbevoegdheden, de onderzoeksmethoden en de vermoedelijke duur van het onderzoek.
Als tijdens het onderzoek blijkt dat het onderzoek meer tijd zal vergen dan verwacht, wordt de algemeen directeur daarvan tijdig op de hoogte gesteld.