**1..** De algemeen directeur zendt aan de melder of de vertrouwenspersoon bij wie het vermoeden van een misstand is gemeld een ontvangstbevestiging. In het laatste geval stuurt de vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan de melder. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en de datum waarop de melder het vermoeden heeft gemeld.
**2..** De algemeen directeur informeert de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad.
**3..** De algemeen directeur zorgt ervoor dat de identiteit van de melder die overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 een melding heeft gedaan, niet verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de behandeling van de melding.
**4..** De algemeen directeur informeert de burgemeester en wethouder P&O zo spoedig mogelijk nadat hij op de hoogte is gesteld van de melding schriftelijk over zijn inhoudelijke standpunt over het al dan niet instellen van een onderzoek.
**5..** Bij vermoeden van een integriteitsschending met eventuele bestuurlijke consequenties informeren de burgemeester en wethouder P&O ook het college en eventueel de Raad.
Hoofdstuk
Artikel 6
Ontvangstbevestiging door het bevoegd gezag
Onderdeel van Regeling Melding Vermoeden Misstand Purmerend 2015