Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2012

1.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal personen dat een perceel gebruikt toeneemt, wordt de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal personen, geheven voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal personen, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal personen dat een perceel gebruikt in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, respectievelijk de lagere belasting ter zake van het verminderde aantal personen, als er in dat jaar, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht, respectievelijk de vermindering van het aantal personen, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

Rechtspraak bij dit artikel