Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 13.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Winterswijk (2016)

1.. Na de opening van de vergadering kunnen burgers het woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Degenen die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam en adres en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 4.. De gezamenlijke spreektijd voor insprekers bedraagt maximaal 30 minuten. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er meer dan zes insprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 5.. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel