Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in
aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken
òf voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over
zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn.
Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de
voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie.
Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39,
zijn van overeenkomstige toepassing.
Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld
in artikel 41, zijn van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden
heeft benoemd.
Hoofdstuk 6
Artikel 44
Verslag en verantwoording
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Koggenland 2009