Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Locatie laadpaal/-infrastructuur

Onderdeel van Beleidsregels laadpalen voor elektrische voertuigen op openbaar terrein

Het college bepaalt in overleg met de aanvrager de locatie van de laadpaal en/of andere laadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en). Het college toetst hierbij aan de volgende criteria: De behoefte aan een laadpaal en/of andere laadinfrastructuur moet blijken uit de behoefte van gebruikers binnen een straal van hemelsbreed 300 meter van de aangevraagde locatie; Een laadpaal wordt alleen geplaatst op ondergrond in eigendom van de gemeente; De locatie van de laadpaal en/of andere laadinfrastructuur moet voldoende vindbaar en zichtbaar zijn; De locatie moet het gebruik door meerdere gebruikers mogelijk maken, en niet impliceren dat de paal tot het eigendom van een individuele gebruiker behoort. Dit om te voorkomen dat er privé-parkeerplaatsen gecreëerd worden; De laadpaal en/of andere laadinfrastructuur moet beschikken over twee of meer aansluitpunten, waardoor – eventueel op termijn – twee of meer parkeerplaatsen worden bediend; De locatie betreft een bestaand parkeervak / bestaande parkeervakken; De laadpaal dient te worden aangesloten op het hoofdstroomnetwerk; De doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.) dient gewaarborgd te blijven; Er mogen zo min mogelijk belemmeringen zijn ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen; Het uiterlijk van de laadpaal en/of andere laadinfrastructuur moet passen in het straatbeeld. De laadpaal is sober vorm gegeven, heeft geen uitgesproken holtes, welvingen of scherpe punten; Er mogen indien nodig extra objecten worden geplaatst t.b.v. aanrijbeveiliging; De funderingsbevestiging mag niet zichtbaar zijn boven het straatwerk; De maximale afmeting van de laadpaal bedraagt 25 cm x 50 cm x 145 cm (lxbxh). Ligt het oplaadpunt op een locatie waar een blauwe zone geldt, dan geldt de blauwe zone ook voor elektrische auto`s bij een oplaadpunt.

Rechtspraak bij dit artikel